Auquel, sur lequel, dont, avec qui: wat moet ik kiezen?

SylviaFrans leren, Spelling en Grammatica, TipsLeave a Comment

Al eerder schreef ik over de betrekkelijke voornaamwoorden: qui en que. Maar er is meer onder de zon. Dat leg ik je hier uit. Wanneer gebruik je: auquel, duquel, sur lequel, dont, à qui, avec qui, etc.? Laten we het eerst maar eens vertalen. Afhankelijk van de zin en van het woord, is de vertaling: waarover, waarvan, over wie, van wie, waarvoor, waarop, waarin, waaraan, met wie, aan wie. En de rest van de vertalingen kun je nu vast wel zelf aanvullen.

Betrekkelijk voornaamwoord: 0nderwerp of lijdend voorwerp

Al deze woorden slaan dus terug op iets anders in de zin. Over qui en que schreef ik al eerder uitgebreid. Wil je daar nog eens extra mee oefenen, lees dan deze blog over de vertaling van dat.  Hier vind je ook extra oefenmateriaal.

Na een voorzetsel:

En als je dan even oplet, is het allemaal niet zo moeilijk. Kijk goed welk voorzetsel er in de zin staat. Staat er het Franse voorzetsel: de   , dan vervang je dat door:   dont

  • Je parle de cette fille. –> La fille dont je parle.
  • Tu as besoin de ces ordres. –> Ces ordres dont tu as besoin.

Het maakt dus niet uit of   dont   terug verwijst naar mensen of naar dingen. Lekker makkelijk.

Een ander voorzetsel:

Staat er in het Frans een ander voorzetsel dan is het even opletten. Je moet dan namelijk verschil maken tussen mensen en dingen (tussen personen en zaken dus). Kijk maar eens naar deze voorbeelden.

  • Je travaille avec un collègue enthousiaste. –> Le collègue enthousiaste avec qui je travaille.
  • Je travaille sur un ordinateur.  L’ordinateur sur lequel je travaille.

Je ziet dat bij mensen er    qui   gebruikt wordt. Je ziet dat bij dingen er     lequel   gebruikt wordt.

Het voorzetsel hangt natuurlijk van de betekenis af.

Oefenen met het betrekkelijk voornaamwoord

Natuurlijk heb ik ook weer een aantal (interactieve) linkjes voor je. De eerste is een stap-voor-stap pdf document met correctie. De tweede is een niet al te moeilijke meerkeuze oefening. De derde neemt je mee in de wondere wereld van qui, qui, où, dont. En de vierde tot slot is best wel lastig, maar als je die kunt, dan snap je het ook echt!

 

Heb je nog vragen? Neem dan vooral contact op!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *